Nieuwe Business Club ondersteunt jonge agrarische ondernemers in Suriname
PARAMARIBO – In oktober gaat in Suriname een nieuwe pilot van start: de Business Club, een ondernemersprogramma dat jonge mensen met een idee of prille onderneming in de agrarische sector begeleidt. Het programma start klein, met vijf deelnemers, maar initiatiefneemster Tania Bhulai ziet grote kansen. “Als deze pilot slaagt, kan dit het fundament leggen voor een nieuwe generatie ondernemers in Suriname,” zegt ze.
Bhulai, geboren in Suriname en nu docent Bedrijfskunde aan de Hogeschool Rotterdam, wil met de Business Club kennis uit Nederland inzetten om haar geboorteland vooruit te helpen. De focus ligt bewust op de landbouw. “Suriname heeft enorme potentie om meer zelf te produceren en minder afhankelijk te zijn van import. Tegelijkertijd liggen er kansen om meer te exporteren.”
Deelnemers volgen drie maanden lang een intensief lesprogramma met modules over marketing, dataverzameling en marktpositionering. Wekelijks krijgen ze online coaching vanuit Nederland. Daarnaast organiseert de Business Club netwerkbijeenkomsten in Suriname, waar jonge ondernemers ervaren collega’s ontmoeten en een community opbouwen.
Een bijzonder onderdeel is de samenwerking met de Universiteit van Wageningen, internationaal toonaangevend in landbouw en innovatie. De universiteit verzorgt webinars en deelt kennis die eerder met succes in landen als Libanon werd toegepast. Ook mental health-coaching maakt deel uit van het programma. “Ondernemen betekent vallen en opstaan, zeker in Suriname waar de omstandigheden vaak uitdagend zijn. Een sterke mindset is daarom cruciaal,” aldus Bhulai.
Deelnemers betalen SRD 1.000 voor deelname, een bewuste keuze. “Wie betaalt, zet zich ook serieuzer in,” legt Bhulai uit. Na afloop volgt een evaluatie. Met die resultaten wil ze financiering aantrekken om de Business Club uit te breiden.
Haar droom reikt verder: een ondernemerschapsacademie en landbouwinstituut in Suriname. “Ik wil geen concurrent zijn van bestaande initiatieven, maar samenwerken. Uiteindelijk gaat het om het versterken van ondernemerschap in ons land.”
